Om te beginnen

Om erachter te komen of het verhaal mij aanspreekt lees ik altijd de eerste zinnen van een boek. Een goed begin toont me als lezer of de stijl me aanspreekt, of de bladspiegel lekker leest en of ik nieuwsgierigheid wordt naar het vervolg van het verhaal. Onderstaande zinnen voldoen aan die criteria.


Klik en kijk.

"Er ligt een veer op mijn kussen."

Max Porter  |  Verdriet is het ding met veren

JONGENS.
Er ligt een veer op mijn kussen.
Kussens zijn gemaakt van veren, ga slapen.
Een grote, zwarte veer.
Kom maar bij mij in bed.
Er ligt ook een veer op jouw kussen.
Weet je wat? We laten de veren liggen waar ze liggen en slapen op de grond.

Het lijkt wel poëzie, deze eerste zinnen van het verhaal ‘Verdriet is het ding met veren’, het debuut van Max Porter. Een gedicht over het rouwproces van een vader en twee jonge kinderen na de dood van hun echtgenote en moeder.

De zwarte veren zijn van Kraai, de gast die bij hun drieën intrekt en die zich brutaal en aanmatigend gedraagt. Maar Kraai is ook geestig, troostrijk en zeer liefdevol voor de rouwende vader en zijn zonen. Ik vond hem de meest sympathieke en originele kraai, die ik ooit heb leren kennen.

Na maanden en jaren wordt er steeds minder naar Kraai geluisterd. Hij weet dat de tijd is aangebroken dat hij hun gaat verlaten. Aan het einde van het boek zegt Kraai dan ook: “Ik ben klaar, ik kan opkrassen”.

Zijn schaduw blijft achter als zwarte tekening op de voorkant van het boek. Prachtig.
Uitgegeven bij de Bezige Bij, vertaald door Saskia van der Lingen.

 

"Voor mij was mijn moeder een geur."

 Lars Mytting | De vlamberken

Lars Mytting werd in Nederland bekend door zijn non fictie boek ‘De man en het hout’. De Noorse auteur belichtte in dit boek de vele facetten van hout en houthakken. Het was een fraai ogend boek maar het was niets voor mij.

Zijn tweede boek, getiteld ‘De vlamberken’ gaat in wezen ook over hout, het is echter fictie en heeft me mede daarom wel een warm gevoel gegeven.
De eerste zin: ‘Voor mij was mijn moeder een geur. Voor mij was ze warmte.’ vind ik ontroerend mooi. Een zin met een gouden randje, een zin waardoor ik het boek heb gekocht en gelezen.

Het is de jongen Edvard, die deze worden zegt. Hij groeit op tegen de achtergrond van het Noorse platteland op de afgelegen boerderij van zijn grootvader. Zijn vader en moeder overlijden als hij drie jaar is in Frankrijk onder onduidelijke omstandigheden. Hij blijft ongedeerd en wordt door zijn opa en oma verder grootgebracht.
Als Edvard volwassen is en zijn grootouders overleden probeert hij achter de geheimen van zijn familiegeschiedenis te komen. De Eerste Wereldoorlog en Frankrijk blijken de rode draad te zijn en natuurlijk speelt het hout een prominente rol.

‘De vlamberken' verscheen in Noorwegen in 2014 en verdient een plek in mijn museum omdat ik de titel van het boek zo mooi en raadselachtig vind, beter dan het omslag met retro foto en de houtnerven. Daarom past een boek met zo'n sterke openingszin het beste in de zaal 1, Om te beginnen.

'De vlambergen' is uitgegeven bij Atlas Contact en vertaald door Paula Stevens.

 

"Nu is jouw man ook dood, Anna. Jouw man. Onze man".


Vaak ben ik gelukkig | Jens Christian Grøndahl

Drie cryptische openingszinnen van de Deense schrijver Jens Christiaan Grøndahl. Wat schuilt er achter de woorden ‘Nu is jouw man ook dood, Anna. Jouw man. Onze man’? 

Gefaceerd, stap voor stap maakt Grøndahlm duidelijk welk drama zich in het leven van de vier hoofdrolspelers heeft afgespeeld. Een van hen is de man uit de beginzin. Als hij gestorven is kijkt zijn vrouw terug op de geschiedenis uit hun jeugd, de geschiedenis van de twee echtparen, die als twee jonge stellen vol goede moed met elkaar op wintersport gaan. De man van de één krijgt al gauw een verhouding met de vrouw van de ander en alsof dat nog niet erg genoeg is worden beide tijdens een rendez-vous vermorzeld door een lawine.Wat nu, denk je meteen.

De twee achter gebleven echtelieden trekken in hun verdriet steeds meer naar elkaar toe en ze besluiten uiteindelijk hun verdere leven ook samen door te brengen. Kalm, stap voor stap vertelt Grøndahl de tragische geschiedenis van hun levens.
Kan het achtergebleven stel de affaire vergeten en belangrijker nog, kunnen zij hun vroegere partners vergeven?

Vragen waarop Grøndahl in dit fraai uitgegeven boek behoedzaam een antwoord formuleert. Hij doet dit subtiel en genuanceerd. Hij doet dit op zijn oh zo eigen wijze, de Grøndahl wijze. En van die manier van schrijven en vertellen houd ik zeer. Daarom ben ik dus dol op zijn werk van en heb ik weer genoten van ‘Vaak ben ik gelukkig’. Een eerder verschenen boek van hem, getiteld ‘Lucca’ is nog steeds een van mijn favorieten.

De titel is een strofe uit een gedicht van de Deense schrijver en dichter B.S.Ingemann.
Het omslag vind ik adembenemend mooi. De afbeelding is een uitsnede uit een schilderij van Sarah Siltala en bewerkt door ontwerpstudio b'IJ Barbara.

Uitgegeven bij Meulenhoff, vertaald door Femke Blekkingh.

"De portier is een invalide."

W.F.Hermans | Nooit meer slapen

Een klassieke openingszin voor de zoektocht van de jonge hoofdpersoon.

W.F. Hermans beschrijft de trektocht van de geoloog Alfred Issendorf naar het hoge noorden van Noorwegen. Issendorf wil ter plaatse onderzoek gaan doen naar de grote gaten in het noordelijke landschap om zo te kunnen bewijzen dat die gaten zijn ontstaan door de inslag van een meteoriet en niet door terugtrekkende gletsjers.

Issendorf gaat zich gedurende de barre tocht steeds minder op zijn gemak voelen. Door de ongenaakbaarheid van de natuur raakt hij gedesoriënteerd en langzamerhand verliest hij de greep op de werkelijkheid.

Na een tragisch ongeval bij een van zijn reisgenoten keert hij vrij plotseling naar huis terug. Eenzamer dan ooit en met lege handen komt hij terug bij zijn moeder.

Het boek is inmiddels verfilmd met als titel 'Beyond Sleep'. 50 Jaar na dato hebben de erven Hermans aan Boudewijn Koole toestemming gegeven voor de verfilming van het boek, waarvan men meende dat ‘Nooit meer slapen’ door de vele monologues intérieurs onverfilmbaar was. 'Beyond Sleep' bewijst het tegendeel.

Het boek (inmiddels een klassieker) is uitgegeven bij de Bezige Bij.

 

"Ik ben vertrouwd met de geur van de dood"


Huis van de namen | Colm Tóibín

In ‘Het huis van de namen’ opent Tóibín met de woorden van Klytaimnestra: 'Ik ben vertrouwd met de geur van de dood'. ‘De walgelijke, weeïge geur die door de wind werd aangevoerd naar de vertrekken van dit paleis'. 

Harde woorden van een wraakzuchtige vrouw, dacht ik toen ik de zinnen las, wil ik dit verhaal wel lezen? De naam van de auteur, mijn nieuwsgierigheid en het fraaie boekomslag hebben me tenslotte verleid het boek te kopen.

Colm Tóibín heeft me niet teleur teleurgesteld. Hij maakte een prettig leesbare romanversie van de antieke Griekse tragedies over de moord op Agamemnon door zijn vrouw Klytaemnestra en haar minnaar Aegisthus. Met volgens de moord waarmee haar zoon Orestes haar, zijn moeder Klytaemnestra, vermoordt.

Orestes is een belangrijke figuur in de oude mythe en de klassieke tragedies. Colm Tóibín gaat nog een stapje verder en geeft hem in ‘Het huis van de namen’ meer aanzien en gewicht en maakt van hem een mens van vlees en bloed.

Na vele omzwervingen belandt Orestes in Athene waar de rechters van het Tribunaal hem vrij spreken van de moord op zijn moeder en de wraakgodinnen naar huis sturen.
De vloek op de familie van het huis Agememnon is daarmee verbroken, het recht zegeviert op de wraak.

‘Het huis van de namen’ heeft mij veel plezier gegeven maar ook veel van mij gevraagd. Halverwege ben ik even gestopt, ik moest op adem komen.

Uitgegeven bij De Geus.

 

"Er zijn nog foto’s uit die tijd, ik ben er blond en draag sandaaltjes."

Erwin Mortier  |  Sluitertijd

Een nauwgezet verslag doet van een zomer op het Vlaamse platteland door de ogen van een kind. 

In de eerste zin maak je als lezer kennis met de manier waarop Erwin Mortier het verhaal van zijn kindertijd vertelt, hoe hij met behulp van foto’s dat leven van toen weet op te roepen. De auteur denkt met melancholie terug aan de tijd waarin hij als blonde dreumes sandaaltjes droeg en waarin het leven warm, prettig en op orde scheen.

Dat de jeugd van de auteur veel bitterder uitpakt staat in schril contrast met die vroege zonnige foto, waarop het lichte haar van het jongetje zo mooi aansluit bij de titel ‘Sluitertijd’, de tijd waarin de lens het licht doorlaat.

Erwin Mortier is in Nevele, een dorp bij Gent in 1965 geboren. Hij debuteerde in 1999 met de roman 'Marcel' dat meteen zeer goed werd ontvangen. 'Sluitertijd' (2002) is zijn derde roman en werd genomineerd voor de Ako literatuurprijs.

Zij werk verschijnt in vertaling in vele Europese landen.

'Sluitertijd' is uitgegeven bij de Bezige Bij

 

"Ze waren jong, welopgevoed en allebei nog maagd op deze avond voor hun huwelijksnacht."

Ian McEwan  |  Aan CHecil beach

Hun huwelijksnacht aan Chesil Beach wordt er één om nooit te vergeten. In die ene nacht verliezen Florence en Edward hun vertrouwen in elkaar en in hun relatie.

Aanvankelijk zijn de verwachtingen hoog gespannen, gedurende de nacht blijkt echter dat het drama onvermijdelijk is. De opgekropte hunkering en de misselijkmakende angst dringen alle goede intenties naar de achtergrond. De hoop verdwijnt en de twee gelieven reageren hun eigen mislukking af op de ander.

Met ingehouden adem heb ik het 152 bladzijden tellende verhaal gelezen. Het is een verhaal dat raakt en tot nadenken stemt, een meeslepend verhaal dat van a tot z boeit maar ook afkeer oproept.

Ik vind het fascinerend zoals Mc Ewan in deze novelle beschrijft hoe in een nacht de wens tot liefhebben omslaat in de wens tot kwetsen.

chesil beach

'Aan Checil Beach’ is vertaald door Rien Verhoef en uitgegeven bij de Harmonie. 

                                                                                 Dorset, Zuid Engeland

"Alice begon er genoeg van te krijgen om naast haar zusje aan de waterkant te zitten en niets te doen."

Lewis Carrol  |  Alice in wonderland

Wie kent deze openingszin uit het boek van Lewis Carroll niet?

Zeker in combinatie met de vervolg zinnen: toen plotseling een wit konijn met rode oogjes langs haar heen liep die zij bij zich zelf hoorde zeggen: “O wee, o wee, ik kom vast te laat” is het antwoord snel gevonden.

Ik ben dol op het meisje Alice dat zonder angst en zonder oordeel de wereld tegemoet treedt. Ze beleeft idiote en spannende avonturen, die je ademloos leest en meebeleeft. Het maakt daarbij volstrekt niet uit of je een volwassen lezer of een kind bent.

Nicolaas Matsier sprak, naar aanleiding van zijn uitstekende vertaling van het boek: “‘Ik kan mij niet voorstellen dat iemand met enige belangstelling voor literatuur Alice’s adventures in Wonderland niet gelezen heeft. Alice is een monument, een levend monument, hoop ik. De dialogen zijn meesterlijk. De tekst is licht en compact tegelijkertijd en in zijn onuitputtelijkheid ontegenzeggelijk behorend tot de klassieken.”

Al 150 jaren weet Carroll met dit Alice-het verhaal honderden illustratoren, games- , film-, speelgoed-en stripmakers te inspireren tot nieuwe uitgaven. Zo ook in 2014 de illustratrice Floor Rieder; zij ontving voor haar uitgave de Prijs voor het mooiste omslag.

De uitgave van Floor Rieder, is uitgegeven bij uitgeverij Gottmer

 

"Je denkt dat het jou nooit zal gebeuren, dat het jou niet kan gebeuren, dat jij de enige bent die geen van deze dingen ooit zal gebeuren".

 
Paul Auster | Winterlogboek

De dingen waarover Paul Auster hier schrijft, herken ik oh zo goed. Ook ik dacht dat het mij niet zou gebeuren. Niets blijkt minder waar te zijn en het is niet erg.

In ‘Winterlogboek’ vertelt Auster de geschiedenis van zijn lichaam, te beginnen met het kleine lijf van de peuter die hij ooit was. Hij blikt in niet-chronologische verhalen zonder heimwee en zonder verlangen terug op de achterliggende tijd. 
Hij gaat er vanuit dat de kennis van zijn verleden dient om het heden beter te begrijpen om zo de persoon die hij nu is, nog beter te leren kennen. 

1550550344

Zijn herinneringen komen willekeurig, eerst een voorval toen hij vijf jaar oud was, dan een gebeurtenis uit zijn vijftigste levensjaar gevolgd door een beschrijving over zijn periode als
twintiger. Zonder gêne of spijt verhaalt hij over de invloed op zijn lichaam van armoede en honger, van geweld, van zijn hartinfarct, zijn mislukte eerste huwelijk en van het auto ongeluk.                                            

‘Winterlogboek’ ( de Engelse titel ’Winter Journal’ bevalt me beter) bevat vele prachtige fragmenten over een lichaam, dat hem zowel pijn als genot bezorgde, over de dood van zijn vader of over de vele huizen waarin hij woonde en leefde.

Een boek van deze allure en met een dergelijk treffende beginregels verdient eer en roem en een plek in mijn Leesmuseum. Het was mij een groot genoegen om ‘Winterlogboek’ te lezen.

Uitgegeven bij de Arbeiderspers, vertaald door Ronald Vlek.

 

"Vlak voordat ze stierf joeg mijn moeder me eens de doodschrik op het lijf".


Wat mijn moeder mij nooit verteld heeft | Blake Morrison

De foto op de omslag stamt uit het familiealbum van de auteur. Hij staat erop afgebeeld als jonge jongen met zijn moeder in de vrolijke en zonnige tijd van weleer.
De foto past goed bij het retrospectieve verhaal waarin zijn moeder een grote rol speelt. 

Morrison richt met dit boek postuum een monument van papier op voor zijn moeder, die zichzelf steeds wegcijferde en die zelfs haar Ierse naam moest opgeven om met haar Engelse geliefde te kunnen trouwen.
 
Eindelijk beseft hij wat een bijzondere vrouw zij moet zijn geweest, intelligent, veerkrachtig, en bovendien een uiterst kundig arts, die in de oorlog bij het behandelen van de slachtoffers van de luchtaanvallen behandelde.
blake morrison
 
'En wanneer zag jij voor het laatst je vader?' is de titel van het boek dat Blake Morrison eerder schreef en waarin hij herinneringen aan zijn vader ophaalt. Het boek is inmiddels verfilmd.
 

 

 

 

 

lijntje geel