DE NAAM VAN DE MOEDER

Roberto Camurri

Een eerste zin die alles in zich heeft: Pietro doet zijn ogen open, ze zijn bruin, levendig; […….] hij kijkt naar de barsten in de blauwe verf op het plafond, naar de hanglamp. Hij huilt.

Verdriet in de ochtend van het jongetje Pietro. Hij mist zijn moeder, zij is er vandoor gegaan, hem achter latend bij zijn onbeholpen en radeloze vader Ettore. Ettore mist de vrouw ook, hij mist alles aan haar en alles van haar. Hij spreekt met niemand over zijn enorme gemis, dronken worden is zijn uitlaatklep.


Het is doorgaans ‘normaler’ dat vaders hun gezin in de steek laten dan moeders; Roberto Camurri kiest voor de minder normale optie: een moeder die zonder uitgesproken reden het gezin verlaat. Van de warme Italiaanse families, waar familiebelangen en eergevoel voorop staan, is in zijn boek niets terug te vinden.

Jaren later geeft Ettore de jongen het dagboek van zijn moeder waarin ze schrijft over de eerste maanden van zijn leven. Het staat vol ‘gebeurtenissen die emotieloos plaatsvinden’ en eindigt met de zin ‘vandaag is een goede dag, hij heeft maar zestien uur gehuild’.

De ontlading komt als Pietro’s oma hem een stapeltje oude ansichtkaarten geeft en hij beseft wie die kaarten heeft verstuurd. Dan ook leest hij de naam van zijn moeder.

Een hard en gevoelig verhaal over een moeder die gemist wordt.
Dat willen alle moeders wel.

Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

06 50 29 50 47