WINTERHANDEN

Stephan Enter

Als kind had ik in de winter soms wintertenen. Het vroor dan hard, op de ramen van mijn slaapkamer hadden zich in de nacht ijsbloemen gevormd. Waar zijn die koude winters gebleven, dacht ik, toen ik het titelverhaal las uit de bundel ‘Winterhanden’ van Stefan Enter.

In dit verhaal is het ook ijzig koud. De verlegen jongen wil stoer overkomen en om indruk te maken op zijn grote broer doet hij zijn wanten niet aan tijdens het sleeën. Met pijnlijke handen oftewel winterhanden tot gevolg, een voor hem tot nu toe onbekend fenomeen.

Het verhaal is een van de zes verhalen waarin de hoofdpersoon een eenling is, die buiten de groep staat. Dit thema, deze onmogelijkheid om zich te binden en om een relatie aan te gaan, komt in variaties in alle zes terug. Zoals in het verhaal over een jongen die een spreekbeurt voor de klas houdt over zijn postzegelverzameling of over de moeizame vriendschap van een kleinkind en zijn opa.

Enter beschrijft gedetailleerd en met precisie de gebeurtenissen met steeds een jongen of man in de hoofdrol. Zij beleven geen adembenemende avonturen, echte hoogtepunten ontbreken maar door de onderhuidse spanning boeien de verhalen stuk voor stuk. Eerlijk gezegd houd ik wel van dit soort introverte en houterige typen.

‘Winterhanden’ is het debuut uit 1999. De herdruk uit 2012 met het winterlandschap op de omslag spreekt tot de verbeelding.

Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

06 50 29 50 47