Om te beginnen

Om erachter te komen of het verhaal mij aanspreekt lees ik altijd de eerste zinnen van een boek. Een goed begin toont me als lezer of de stijl me aanspreekt, of de bladspiegel lekker leest en of ik nieuwsgierigheid wordt naar het vervolg van het verhaal. Onderstaande zinnen voldoen aan die criteria.


Klik en kijk.

"Het was André Met De Honden die ons het eerst over de vondst van het zout vertelde".

 

 

Zout | Marc Reugebrink

Zo begint ‘Zout’, het boek van Marc Reugebrink waarin André met name aan het begin en aan het einde van het verhaal van zich laat horen. Met De Honden.

Het verhaal waarover André spreekt, speelt zich af aan het eind van de negentiende eeuw, op het landgoed (fictief) van baron Jacob Unico Wilhelm van Rudersdorf Helmstadt en zijn vrouw barones Agnes Christina Helmstadt van Uitganck, bewoners van kasteel ’t Raesfelt, gelegen in het landelijke Lende.

Als tijdens de theevisite op het kasteel een bezoeker zijn zorgen uitspreekt over de waterkwaliteit schrikt de baron zo zeer dat hij op zijn landgoed overal waterputten laat slaan op zoek naar schoon water. Hij vindt ondanks alle inspanningen alleen maar pekel. Het project mislukt volledig met desastreuze gevolgen. De baron en barones gaan ten onder, de dorpsgemeenschap vervalt.

Marc Reugebrink, geboren in Twente, nu wonend in Gent, schrijft met verve en in beeldrijke taal een historische verhaal vol tragikomische gebeurtenissen. Waarom het verhaal een duister omslag draagt, is me niet duidelijk. Het doet geen recht aan de lichtheid van het verhaal.

‘Zout’ is een boek om te lezen, Marc Reugebrink een auteur om te onthouden.

Uitgegeven bij Querido  Zoutmuseum Logo 168x150

 

"Ik stond achter op het veld, toe te kijken hoe het linkerbeen van mijn vader door een maaidorser werd opgegeten"

 Jij bent van mij | Peter Middendorp

De eerste zin is een voorbode voor de tragische gebeurtenissen die me stonden te wachten. Het is een zin die aantrokt en afstoote. Wil ik een verhaal over de tragiek van het boerenland en een jonge schoonheid wel lezen?
Met de aanbeveling van een vriend indachtig zette ik door en las ik met veel bewondering het verhaal dat in de verte doet denken aan de zaak Marianne Vaatstra.

De -ik- uit de eerste zin is Tille, de wat hulpeloze en wereldvreemde boer(enzoon). Hij trouwt met Ada, ze krijgen een dochter en zoon, maar dan is ‘de sjoege verdwenen’, laat Middendorp Tille zeggen: ‘Een echtgenote geeft seks als een koe melk – een paar seizoenen, vijf, zes, en het beste is er wel vanaf.’
Tille is een man van weinig woorden, tevreden met zijn lot en ervan overtuigd dat je een boer niet moet leren om boer te zijn, net zoals je een koe niet moet leren om melk te geven. 
Voor zijn dochter bewaart Tille de liefdevolle woorden, de band tussen vader en dochter is er een van warmte en genegenheid.

Middendorp veroordeelt Tille nooit, de boer doet zijn best in dit leven, ook al weten we dat dit niet altijd voldoende is, zeker niet na “het ongeluk”, zoals Tille zijn moord vergoelijkt.
Dat hij uiteindelijk vrijwillig de DNA-test laat uitvoeren die tot zijn arrestatie zal leiden, verpakt hij in een nieuwe koeien-metafoor. Haar leven lang vecht een koe tegen het wantrouwen tegen de boer en pas wanneer ze hem helemaal vertrouwt, leidt hij haar naar het slachthuis.

‘Jij bent van mij’ is een beklemmend verhaal in een fijnzinnige stijl geschreven. Een boek met een onvergetelijke eerste zin. Heel goed gedaan, Peter.

Uitgegeven bij Prometheus

"Nu is jouw man ook dood, Anna. Jouw man. Onze man".


Vaak ben ik gelukkig | Jens Christian Grøndahl

Drie cryptische openingszinnen van de Deense schrijver Jens Christiaan Grøndahl. Wat schuilt er achter de woorden ‘Nu is jouw man ook dood, Anna. Jouw man. Onze man’? 

Gefaceerd, stap voor stap maakt Grøndahlm duidelijk welk drama zich in het leven van de vier hoofdrolspelers heeft afgespeeld. Een van hen is de man uit de beginzin. Als hij gestorven is kijkt zijn vrouw terug op de geschiedenis uit hun jeugd, de geschiedenis van de twee echtparen, die als twee jonge stellen vol goede moed met elkaar op wintersport gaan. De man van de één krijgt al gauw een verhouding met de vrouw van de ander en alsof dat nog niet erg genoeg is worden beide tijdens een rendez-vous vermorzeld door een lawine.Wat nu, denk je meteen.

De twee achter gebleven echtelieden trekken in hun verdriet steeds meer naar elkaar toe en ze besluiten uiteindelijk hun verdere leven ook samen door te brengen. Kalm, stap voor stap vertelt Grøndahl de tragische geschiedenis van hun levens.
Kan het achtergebleven stel de affaire vergeten en belangrijker nog, kunnen zij hun vroegere partners vergeven?

Vragen waarop Grøndahl in dit fraai uitgegeven boek behoedzaam een antwoord formuleert. Hij doet dit subtiel en genuanceerd. Hij doet dit op zijn oh zo eigen wijze, de Grøndahl wijze. En van die manier van schrijven en vertellen houd ik zeer. Daarom ben ik dus dol op zijn werk van en heb ik weer genoten van ‘Vaak ben ik gelukkig’. Een eerder verschenen boek van hem, getiteld ‘Lucca’ is nog steeds een van mijn favorieten.

De titel is een strofe uit een gedicht van de Deense schrijver en dichter B.S.Ingemann.
Het omslag vind ik adembenemend mooi. De afbeelding is een uitsnede uit een schilderij van Sarah Siltala en bewerkt door ontwerpstudio b'IJ Barbara.

Uitgegeven bij Meulenhoff, vertaald door Femke Blekkingh.

“In die tijd dronk ik vaak van die glaasjes onbeduidende witte rijnwijn, terwijl ik sterk aan Paules lichaam dacht”

“In die tijd dronk ik vaak van die glaasjes onbeduidende witte rijnwijn, terwijl ik sterk aan Paules lichaam dacht”

 

Rivier van vergetelheid | Philippe Claudel

Een beginzin, die vragen oproept als: over welke tijd heeft de verteller het hier, waarom die eenvoudige rijnwijn, wie was Paule en wat was er met dat lichaam aan de hand? Een beginzin vol vragen en daarmee een uitstekend begin om ‘Rivier van vergetelheid’ te gaan lezen.

Zo kom je er als lezer achter dat er in het debuut van Philippe Claudel een mannelijke verteller aan het woord is van rond een jaar of dertig. Hij rouwt over de dood van zijn geliefde Paule, die jong is gestorven. Met haar bezocht hij de kroegen van Gent, Brugge en Oostende en waar zij hartstochtelijk de liefde bedreven. Totdat bij haar een ongeneeslijke vorm van kanker werd vastgesteld en zij na een kort ziekbed sterft.
Na haar dood vestigt de man zich in het trieste Maasstadje Feil in de Ardennen om gedurende een winter zijn verlies te verwerken. Langzaam leert hij hier de dood van Paule – en daarmee ook weer het leven – te aanvaarden. Daarbij vindt hij troost in het tijdloos verglijdende bestaan in het verstilde stadje en in zijn kleine contacten met de vriendelijk afstandelijke bevolking.

In prachtige details en dankzij zijn groot inlevings- en observatievermogen weet Claudel het gevoel van verlies op te roepen: ,,Ik rook opeens de geur van uiterst sterke koffie en geroosterd brood. Ik ging weer liggen in de warmte en herinnering aan soortgelijke momenten die we samen hadden beleefd”.

rivier vergetelheid

Kort na deze debuutroman breekt Claudel definitief door met zijn boek ’Grijze zielen’ dat in vele talen is vertaald en is verfilmd.

Uitgegeven bij De Bezige Bij

Ze moest steeds overgeven. Een vrouw in het toilet zei: "Ga toch liever aan dek".

Ze moest steeds overgeven. Een vrouw in het toilet zei:

Felicia's reis | william Trevor

De beginzin is de aanvang van de reis van het zeventienjarig meisje Felicia. Ze steekt de Ierse Zee over om haar geliefde Johnny te zoeken om hem te vertellen dat ze zwanger van hem is. Felicia is door haar vader op straat gezet nu ze zwanger blijkt te zijn van een lid van de bezettingsmacht oftewel Engeland.

Als ze in Engeland is aangekomen gaat ze naar Johnny op zoek in de armoedige industriesteden van de Midlands waar hij zich volgens zeggen zou ophouden. Ze kan hem niet vinden.
Ze ontmoet er wel de heer Hilditch. Deze 54-jarige alleenstaande man biedt haar gastvrijheid en onderdak. Zijn gedrag is grillig en onbetrouwbaar, hij ontpopt zich al gauw als een Dutroux-achtig type.

‘Felicia’s reis’ heb ik gelezen als een verhaal over de vraag in hoeverre mensen de gevangene zijn van hun verleden. Een thema dat me erg aanspreekt, mede om die reden bevalt dit boek me zo.
De tocht van Felicia speelt in een tijd waarin Ierland op de rand staat van een burgeroorlog met als dieptepunt de Sinn Fein-Paasopstand van 24 april 1916.
Het boek kwam in 1994 uit, is in 1999 verfilmd door  Atom Egoyan en inmiddels uitgegroeid tot een klassieker. 

foto quote W Trevor

William Trevor( 1928-2006) is Ier in hart en nieren, een auteur die graag over de geschiedenis van Ierland schrijft. Niet voor niets vernoemt hij de hoofdpersoon uit dit boek naar een vrouw die in 1916 op de barricaden heeft gestaan van de Paasopstand en daarbij is omgekomen. Hij toont in het boek ‘Felicia’s reis’ dat het kwaad het aflegt tegen de kracht en de goedheid van een vrouw als Felicia. Lezen dus..

Trevor is vele malen gelauwerd voor zijn romans, korte verhalen en novellen. Hij is tot op hoge leeftijd een scherpzinnig auteur gebleven.

Uitgegeven bij Meulenhoff

"Je denkt dat het jou nooit zal gebeuren, dat het jou niet kan gebeuren, dat jij de enige bent die geen van deze dingen ooit zal gebeuren".

 
Paul Auster | Winterlogboek

De dingen waarover Paul Auster hier schrijft, herken ik oh zo goed. Ook ik dacht dat het mij niet zou gebeuren. Niets blijkt minder waar te zijn en het is niet erg.

In ‘Winterlogboek’ vertelt Auster de geschiedenis van zijn lichaam, te beginnen met het kleine lijf van de peuter die hij ooit was. Hij blikt in niet-chronologische verhalen zonder heimwee en zonder verlangen terug op de achterliggende tijd. 
Hij gaat er vanuit dat de kennis van zijn verleden dient om het heden beter te begrijpen om zo de persoon die hij nu is, nog beter te leren kennen. 

1550550344

Zijn herinneringen komen willekeurig, eerst een voorval toen hij vijf jaar oud was, dan een gebeurtenis uit zijn vijftigste levensjaar gevolgd door een beschrijving over zijn periode als
twintiger. Zonder gêne of spijt verhaalt hij over de invloed op zijn lichaam van armoede en honger, van geweld, van zijn hartinfarct, zijn mislukte eerste huwelijk en van het auto ongeluk.                                            

‘Winterlogboek’ ( de Engelse titel ’Winter Journal’ bevalt me beter) bevat vele prachtige fragmenten over een lichaam, dat hem zowel pijn als genot bezorgde, over de dood van zijn vader of over de vele huizen waarin hij woonde en leefde.

Een boek van deze allure en met een dergelijk treffende beginregels verdient eer en roem en een plek in mijn Leesmuseum. Het was mij een groot genoegen om ‘Winterlogboek’ te lezen.

Uitgegeven bij de Arbeiderspers, vertaald door Ronald Vlek.

 

"Ik ben vertrouwd met de geur van de dood"


Huis van de namen | Colm Tóibín

In ‘Het huis van de namen’ opent Tóibín met de woorden van Klytaimnestra: 'Ik ben vertrouwd met de geur van de dood'. ‘De walgelijke, weeïge geur die door de wind werd aangevoerd naar de vertrekken van dit paleis'. 

Harde woorden van een wraakzuchtige vrouw, dacht ik toen ik de zinnen las, wil ik dit verhaal wel lezen? De naam van de auteur, mijn nieuwsgierigheid en het fraaie boekomslag hebben me tenslotte verleid het boek te kopen.

Colm Tóibín heeft me niet teleur teleurgesteld. Hij maakte een prettig leesbare romanversie van de antieke Griekse tragedies over de moord op Agamemnon door zijn vrouw Klytaemnestra en haar minnaar Aegisthus. Met volgens de moord waarmee haar zoon Orestes haar, zijn moeder Klytaemnestra, vermoordt.

Orestes is een belangrijke figuur in de oude mythe en de klassieke tragedies. Colm Tóibín gaat nog een stapje verder en geeft hem in ‘Het huis van de namen’ meer aanzien en gewicht en maakt van hem een mens van vlees en bloed.

Na vele omzwervingen belandt Orestes in Athene waar de rechters van het Tribunaal hem vrij spreken van de moord op zijn moeder en de wraakgodinnen naar huis sturen.
De vloek op de familie van het huis Agememnon is daarmee verbroken, het recht zegeviert op de wraak.

‘Het huis van de namen’ heeft mij veel plezier gegeven maar ook veel van mij gevraagd. Halverwege ben ik even gestopt, ik moest op adem komen.

Uitgegeven bij De Geus.

 

Jezus, hij is het, Juda.

Jezus, hij is het, Juda.

 

GEBREK IS EEN GROOT WOORD | NINA POLAK

Nynke Nauta komt na jaren weer terug in Amsterdam. Na de dood van haar moeder, zeven jaren geleden is ze als een soort zeilmeisje de hele wereld over gestoken. Nu is ze terug bij haar opvang-familie, een gezin in Oud-Zuid, bij wie ze intrekt in het tuinhuisje.

Nynke oftewel Skip merkt dat vrienden inmiddels zijn getrouwd en kinderen hebben, ze ziet dat Amsterdam druk en vies is geworden en dat haar ex Borg nog steeds dezelfde onhebbelijke man is. Ze wilde na zeven jaren terug naar huis maar eenmaal thuis ontdekt ze dat het bodemloze dobberen op de oceaan niet alleen een vlucht is geweest. Voelde ze zich op het jacht niet beter thuis dan hier op het vasteland?
‘Gebrek is een groot woord’ is een boek waarin Polak een pijnlijke strijd beschrijft tussen vrijheid en hechting.

Polak heeft een eigen manier van kijken en van schrijven. Haar keuze voor onderwerp, omslag en eerste zin vloeien daaruit voort. Haar zinnen klinken soms poetisch: Zo doe ik het ook, volle kracht, naar ergens waar het anders is, om steeds weer bewezen te zien dat afstand het verleden verdunt.
Naast de krachrige eerste zin en origineel omslag is 'Gebrek is een groot woord' ook een aantrekkelijke roman. Ik kijk uit naar haar derde.

Uitgegeven bij Prometeus.

 

Na de begrafenis vatte mijn oom Jim het idee op mijn nieuwe vader te worden

Na de begrafenis vatte mijn oom Jim het idee op mijn nieuwe vader te worden

 

Heilbot op de maan | David Vann

De zin waarmee David Vann zijn nieuwste boek begint, komt uit het eerste van de vijf verhalen die het oorspronkelijke verhaal ‘Heilbot op de maan’ omlijsten.
De verhalen hebben net als ‘Heilbot op de maan’ het thema: de zelfmoord van de vader van David Vann, Jim, die op 15 maart 1980 een kogel door zijn hoofd schoot. De manisch-depressieve Jim – ex-visser en tandarts – was negenendertig jaar oud, David was dertien. Vann blijft deze gebeurtenis in zijn romans en verhalen zoals in ‘Legende van een zelfmoord’ en ‘Caribou Island’ herhalen en herkauwen. In het voorwoord van 'Heilbot op maan' gaat hij dieper in op het waarom.

Ik heb tot nu toe alle boeken van David Vann gelezen. Ik houd van zijn stijl, zijn mededogen voor de verdrukten, de onaangepasten, de mensen met depressie zoals zijn vader. Hij vlecht op vele literaire manieren de verhaallijnen over zijn eigen leven in Alaska, de eeuwige fascinatie van zijn familie voor visvangst, jacht en wapens door zijn boeken. Ik vind zijn werk fascinerend, zeker niet zwaarnoedig en in zijn soort vernieuwend.

Vann schrijft in ‘Heibot op maan’ krachtig en genadeloos over de dolende Jim, vader van twee kinderen, gescheiden en op zoek is naar verlossing. Het wapen waarmee hij zelfmoord wil plegen is het pistool dat hij altijd in zijn buurt heeft. Zijn broer Doug ontfermt zich over hem en probeert hem op andere gedachten te brengen. Maar begrip en de juiste hulp vindt Jim nergens. Verlossing uiteindelijk wel. 

Vertaald door Arjaan van Nimwegen en Thijs van Nimwegen, uitgegeven door de Bezige Bij

 

 

 

lijntje geel