Om te beginnen

Om erachter te komen of het verhaal mij aanspreekt lees ik altijd de eerste zinnen van een boek. Een goed begin toont me als lezer of de stijl me aanspreekt, of de bladspiegel lekker leest en of ik nieuwsgierigheid wordt naar het vervolg van het verhaal. Onderstaande zinnen voldoen aan die criteria.


Klik en kijk.

"Ik stond achter op het veld, toe te kijken hoe het linkerbeen van mijn vader door een maaidorser werd opgegeten"

Peter Middendorp

De eerste zin is een voorbode voor de tragische gebeurtenissen die de lezer in dit boek staan te wachten. Het is een zin die mij aantrok en afstootte. Wil ik een verhaal over de tragiek van het boerenland en een jonge schoonheid wel lezen?
Met de aanbeveling van een vriend indachtig zette ik door en las ik met veel bewondering het verhaal dat in de verte doet denken aan de zaak Marianne Vaatstra.

De -ik- uit de eerste zin is Tille, de wat hulpeloze en wereldvreemde boer(enzoon). Hij trouwt met Ada, ze krijgen een dochter en zoon, maar dan is ‘de sjoege verdwenen’, laat Middendorp Tille zeggen: ‘Een echtgenote geeft seks als een koe melk – een paar seizoenen, vijf, zes, en het beste is er wel vanaf.’
Tille is een man van weinig woorden, tevreden met zijn lot en ervan overtuigd dat je een boer niet moet leren om boer te zijn, net zoals je een koe niet moet leren om melk te geven. Die zaken zijn vanzelfsprekend in zijn boerenleven dat hard, noest en aards is.
Voor zijn dochter bewaart Tille de liefdevolle woorden, de band tussen vader en dochter is er een van warmte en genegenheid.

Middendorp veroordeelt Tille nooit, de boer doet zijn best in dit leven, ook al weten we dat dit niet altijd voldoende is, zeker niet na “het ongeluk”, zoals Tille zijn moord vergoelijkt.
Dat hij uiteindelijk vrijwillig de DNA-test laat uitvoeren die tot zijn arrestatie zal leiden, verpakt hij in een nieuwe koeien-metafoor. Haar leven lang vecht een koe tegen het wantrouwen tegen de boer en pas wanneer ze hem helemaal vertrouwt, leidt hij haar naar het slachthuis.

‘Jij bent van mij’ is een beklemmend verhaal in een fijnzinnige stijl geschreven. Een boek met een onvergetelijke eerste zin. Heel goed gedaan, Peter.

Uitgegeven bij Prometheus

“In die tijd dronk ik vaak van die glaasjes onbeduidende witte rijnwijn, terwijl ik sterk aan Paules lichaam dacht”

“In die tijd dronk ik vaak van die glaasjes onbeduidende witte rijnwijn, terwijl ik sterk aan Paules lichaam dacht”

Rivier van vergetelheid

Philippe Claudel

Een beginzin, die vragen oproept als: over welke tijd heeft de verteller het hier, waarom die eenvoudige rijnwijn, wie was Paule en wat was er met dat lichaam aan de hand? Een beginzin vol vragen en daarmee een uitstekend begin om ‘Rivier van vergetelheid’ te gaan lezen.

Zo kom je er als lezer achter dat er in het debuut van Philippe Claudel een mannelijke verteller aan het woord is van rond een jaar of dertig. Hij rouwt over de dood van zijn geliefde Paule, die jong is gestorven. Met haar bezocht hij de kroegen van Gent, Brugge en Oostende en waar zij hartstochtelijk de liefde bedreven. Totdat bij haar een ongeneeslijke vorm van kanker werd vastgesteld en zij na een kort ziekbed sterft.
Na haar dood vestigt de man zich in het trieste Maasstadje Feil in de Ardennen om gedurende een winter zijn verlies te verwerken. Langzaam leert hij hier de dood van Paule – en daarmee ook weer het leven – te aanvaarden. Daarbij vindt hij troost in het tijdloos verglijdende bestaan in het verstilde stadje en in zijn kleine contacten met de vriendelijk afstandelijke bevolking.

In prachtige details en dankzij zijn groot inlevings- en observatievermogen weet Claudel het gevoel van verlies op te roepen: ,,Ik rook opeens de geur van uiterst sterke koffie en geroosterd brood. Ik ging weer liggen in de warmte en herinnering aan soortgelijke momenten die we samen hadden beleefd”.

rivier vergetelheid

Kort na deze debuutroman breekt Claudel definitief door met zijn boek ’Grijze zielen’ dat in vele talen is vertaald en is verfilmd.

Uitgegeven bij De Bezige Bij

Ze moest steeds overgeven. Een vrouw in het toilet zei: "Ga toch liever aan dek".

Ze moest steeds overgeven. Een vrouw in het toilet zei:

Felicia's reis | william Trevor

De beginzin is de aanvang van de reis van het zeventienjarig meisje Felicia. Ze steekt de Ierse Zee over om haar geliefde Johnny te zoeken om hem te vertellen dat ze zwanger van hem is. Felicia is door haar vader op straat gezet nu ze zwanger blijkt te zijn van een lid van de bezettingsmacht oftewel Engeland.

Als ze in Engeland is aangekomen gaat ze naar Johnny op zoek in de armoedige industriesteden van de Midlands waar hij zich volgens zeggen zou ophouden. Ze kan hem niet vinden.
Ze ontmoet er wel de heer Hilditch. Deze 54-jarige alleenstaande man biedt haar gastvrijheid en onderdak. Zijn gedrag is grillig en onbetrouwbaar, hij ontpopt zich al gauw als een Dutroux-achtig type.

‘Felicia’s reis’ heb ik gelezen als een verhaal over de vraag in hoeverre mensen de gevangene zijn van hun verleden. Een thema dat me erg aanspreekt, mede om die reden bevalt dit boek me zo.
De tocht van Felicia speelt in een tijd waarin Ierland op de rand staat van een burgeroorlog met als dieptepunt de Sinn Fein-Paasopstand van 24 april 1916.
Het boek kwam in 1994 uit, is in 1999 verfilmd door  Atom Egoyan en inmiddels uitgegroeid tot een klassieker. 

foto quote W Trevor

William Trevor( 1928-2006) is Ier in hart en nieren, een auteur die graag over de geschiedenis van Ierland schrijft. Niet voor niets vernoemt hij de hoofdpersoon uit dit boek naar een vrouw die in 1916 op de barricaden heeft gestaan van de Paasopstand en daarbij is omgekomen. Hij toont in het boek ‘Felicia’s reis’ dat het kwaad het aflegt tegen de kracht en de goedheid van een vrouw als Felicia. Lezen dus..

Trevor is vele malen gelauwerd voor zijn romans, korte verhalen en novellen. Hij is tot op hoge leeftijd een scherpzinnig auteur gebleven.

Uitgegeven bij Meulenhoff

"Ik ben vertrouwd met de geur van de dood"


Huis van de namen | Colm Tóibín

In ‘Het huis van de namen’ opent Tóibín met de woorden van Klytaimnestra: 'Ik ben vertrouwd met de geur van de dood'. ‘De walgelijke, weeïge geur die door de wind werd aangevoerd naar de vertrekken van dit paleis'. 

Harde woorden van een wraakzuchtige vrouw, dacht ik toen ik de zinnen las, wil ik dit verhaal wel lezen? De naam van de auteur, mijn nieuwsgierigheid en het fraaie boekomslag hebben me tenslotte verleid het boek te kopen.

Colm Tóibín heeft me niet teleur teleurgesteld. Hij maakte een prettig leesbare romanversie van de antieke Griekse tragedies over de moord op Agamemnon door zijn vrouw Klytaemnestra en haar minnaar Aegisthus. Met volgens de moord waarmee haar zoon Orestes haar, zijn moeder Klytaemnestra, vermoordt.

Orestes is een belangrijke figuur in de oude mythe en de klassieke tragedies. Colm Tóibín gaat nog een stapje verder en geeft hem in ‘Het huis van de namen’ meer aanzien en gewicht en maakt van hem een mens van vlees en bloed.

Na vele omzwervingen belandt Orestes in Athene waar de rechters van het Tribunaal hem vrij spreken van de moord op zijn moeder en de wraakgodinnen naar huis sturen.
De vloek op de familie van het huis Agememnon is daarmee verbroken, het recht zegeviert op de wraak.

‘Het huis van de namen’ heeft mij veel plezier gegeven maar ook veel van mij gevraagd. Halverwege ben ik even gestopt, ik moest op adem komen.

Uitgegeven bij De Geus.

 

"Nu is jouw man ook dood, Anna. Jouw man. Onze man".


Vaak ben ik gelukkig | Jens Christian Grøndahl

Drie cryptische openingszinnen van de Deense schrijver Jens Christiaan Grøndahl. Wat schuilt er achter de woorden ‘Nu is jouw man ook dood, Anna. Jouw man. Onze man’? 

Gefaceerd, stap voor stap maakt Grøndahlm duidelijk welk drama zich in het leven van de vier hoofdrolspelers heeft afgespeeld. Een van hen is de man uit de beginzin. Als hij gestorven is kijkt zijn vrouw terug op de geschiedenis uit hun jeugd, de geschiedenis van de twee echtparen, die als twee jonge stellen vol goede moed met elkaar op wintersport gaan. De man van de één krijgt al gauw een verhouding met de vrouw van de ander en alsof dat nog niet erg genoeg is worden beide tijdens een rendez-vous vermorzeld door een lawine.Wat nu, denk je meteen.

De twee achter gebleven echtelieden trekken in hun verdriet steeds meer naar elkaar toe en ze besluiten uiteindelijk hun verdere leven ook samen door te brengen. Kalm, stap voor stap vertelt Grøndahl de tragische geschiedenis van hun levens.
Kan het achtergebleven stel de affaire vergeten en belangrijker nog, kunnen zij hun vroegere partners vergeven?

Vragen waarop Grøndahl in dit fraai uitgegeven boek behoedzaam een antwoord formuleert. Hij doet dit subtiel en genuanceerd. Hij doet dit op zijn oh zo eigen wijze, de Grøndahl wijze. En van die manier van schrijven en vertellen houd ik zeer. Daarom ben ik dus dol op zijn werk van en heb ik weer genoten van ‘Vaak ben ik gelukkig’. Een eerder verschenen boek van hem, getiteld ‘Lucca’ is nog steeds een van mijn favorieten.

De titel is een strofe uit een gedicht van de Deense schrijver en dichter B.S.Ingemann.
Het omslag vind ik adembenemend mooi. De afbeelding is een uitsnede uit een schilderij van Sarah Siltala en bewerkt door ontwerpstudio b'IJ Barbara.

Uitgegeven bij Meulenhoff, vertaald door Femke Blekkingh.

"Je denkt dat het jou nooit zal gebeuren, dat het jou niet kan gebeuren, dat jij de enige bent die geen van deze dingen ooit zal gebeuren".

 
Paul Auster | Winterlogboek

De dingen waarover Paul Auster hier schrijft, herken ik oh zo goed. Ook ik dacht dat het mij niet zou gebeuren. Niets blijkt minder waar te zijn en het is niet erg.

In ‘Winterlogboek’ vertelt Auster de geschiedenis van zijn lichaam, te beginnen met het kleine lijf van de peuter die hij ooit was. Hij blikt in niet-chronologische verhalen zonder heimwee en zonder verlangen terug op de achterliggende tijd. 
Hij gaat er vanuit dat de kennis van zijn verleden dient om het heden beter te begrijpen om zo de persoon die hij nu is, nog beter te leren kennen. 

1550550344

Zijn herinneringen komen willekeurig, eerst een voorval toen hij vijf jaar oud was, dan een gebeurtenis uit zijn vijftigste levensjaar gevolgd door een beschrijving over zijn periode als
twintiger. Zonder gêne of spijt verhaalt hij over de invloed op zijn lichaam van armoede en honger, van geweld, van zijn hartinfarct, zijn mislukte eerste huwelijk en van het auto ongeluk.                                            

‘Winterlogboek’ ( de Engelse titel ’Winter Journal’ bevalt me beter) bevat vele prachtige fragmenten over een lichaam, dat hem zowel pijn als genot bezorgde, over de dood van zijn vader of over de vele huizen waarin hij woonde en leefde.

Een boek van deze allure en met een dergelijk treffende beginregels verdient eer en roem en een plek in mijn Leesmuseum. Het was mij een groot genoegen om ‘Winterlogboek’ te lezen.

Uitgegeven bij de Arbeiderspers, vertaald door Ronald Vlek.

 

"Voor mij was mijn moeder een geur."

 Lars Mytting | De vlamberken

Lars Mytting werd in Nederland bekend door zijn non fictie boek ‘De man en het hout’. De Noorse auteur belichtte in dit boek de vele facetten van hout en houthakken. Het was een fraai ogend boek maar het was niets voor mij.

Zijn tweede boek, getiteld ‘De vlamberken’ gaat in wezen ook over hout, het is echter fictie en heeft me mede daarom wel een warm gevoel gegeven.
De eerste zin: ‘Voor mij was mijn moeder een geur. Voor mij was ze warmte.’ vind ik ontroerend mooi. Een zin met een gouden randje, een zin waardoor ik het boek heb gekocht en gelezen.

Het is de jongen Edvard, die deze worden zegt. Hij groeit op tegen de achtergrond van het Noorse platteland op de afgelegen boerderij van zijn grootvader. Zijn vader en moeder overlijden als hij drie jaar is in Frankrijk onder onduidelijke omstandigheden. Hij blijft ongedeerd en wordt door zijn opa en oma verder grootgebracht.
Als Edvard volwassen is en zijn grootouders overleden probeert hij achter de geheimen van zijn familiegeschiedenis te komen. De Eerste Wereldoorlog en Frankrijk blijken de rode draad te zijn en natuurlijk speelt het hout een prominente rol.

‘De vlamberken' verscheen in Noorwegen in 2014 en verdient een plek in mijn museum omdat ik de titel van het boek zo mooi en raadselachtig vind, beter dan het omslag met retro foto en de houtnerven. Daarom past een boek met zo'n sterke openingszin het beste in de zaal 1, Om te beginnen.

'De vlambergen' is uitgegeven bij Atlas Contact en vertaald door Paula Stevens.

 

"Vlak voordat ze stierf joeg mijn moeder me eens de doodschrik op het lijf".


Wat mijn moeder mij nooit verteld heeft | Blake Morrison

De foto op de omslag stamt uit het familiealbum van de auteur. Hij staat erop afgebeeld als jonge jongen met zijn moeder in de vrolijke en zonnige tijd van weleer.
De foto past goed bij het retrospectieve verhaal waarin zijn moeder een grote rol speelt. 

Morrison richt met dit boek postuum een monument van papier op voor zijn moeder, die zichzelf steeds wegcijferde en die zelfs haar Ierse naam moest opgeven om met haar Engelse geliefde te kunnen trouwen.
 
Eindelijk beseft hij wat een bijzondere vrouw zij moet zijn geweest, intelligent, veerkrachtig, en bovendien een uiterst kundig arts, die in de oorlog bij het behandelen van de slachtoffers van de luchtaanvallen behandelde.
blake morrison
 
'En wanneer zag jij voor het laatst je vader?' is de titel van het boek dat Blake Morrison eerder schreef en waarin hij herinneringen aan zijn vader ophaalt. Het boek is inmiddels verfilmd.
 

 

 

 

 

lijntje geel