ROEST

Jakub Malecki

‘Roest’, een titel waarbij ik aan ouderdom en vergankelijkheid denk, aan metaal dat te lang op een plek heeft gelegen. Het woord komt twee maal voor in de roman, de woorden spoorlijnen en spoorrails komen vaker voor. De sporen zijn de ijzeren toegangswegen naar de stad gezien vanuit Chojny, het Poolse plattelandsdorp waar de drie generaties Stawny leven.
Over hun levens vertelt Jakub Malecki (1982) in ‘Roest’. Hij schrijft over hun familieruzies, vetes, oorlogen en hij vertelt over de doden uit WOII in het nabijgelegen vernietigingskamp Chełmno.

De jongste van de familie is Szymek Stawny. Hij verliest zijn ouders als hij zeven jaar oud is en wordt opgevoed door zijn oma Tośka. Tośka is lichamelijk niet sterk, haar leven is zwaar en verdrietig. Verlies is een belangrijk thema in haar en Szymeks leven.
Terwijl hij opgroeit en volwassen wordt, verslechtert haar gezondheid. Hun levensverhalen beschrijft Malecki met sprongen in de tijd in afwisselende hoofdstukken. Een fascinerende manier om de op- en ondergang van kleinzoon en grootmoeder vorm te geven.

Met veel plezier en met ‘rode oortjes’ heb ik het melancholische verhaal over Szymek, Tośka en buurjongen Budzik gelezen. Ontroerd werd ik door de liefde van Tośka voor haar kleinzoon en ontzag had ik voor haar vermogen haar grillige levensloop te accepteren.

Jakub Malecki heeft een prachtig boek geschreven met passages die bijna te pijnlijk zijn om te lezen en met de vraag: heeft Tośka als roest onder slechte omstandigheden, te lang op dezelfde plek geleefd?

Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

06 50 29 50 47