HOURIS
De Algerijnse Aube kan niet praten, op vijfjarige leeftijd is zij gekeeld door radicale moslims tijdens de Algerijnse Burgeroorlog; ze draagt haar ‘glimlach’, het litteken van een mes, een dichtgenaaide wond, een plastic buisje in haar keel. Die persoonlijke geschiedenis is niet uit te wissen, hij is zichtbaar voor iedereen.
Inmiddels is Aube volwassen en strijdt ze voor de erkenning van de burgeroorlog en voor gerechtigheid van wat haar is aangedaan.
Ze vertelt in ’Houris’ haar verhaal liefdevol en glashelder aan het ongeboren kind dat ze in haar buik draagt. Ze vindt het nodig de foetus haar levensverhaal te vertellen om duidelijk te maken dat ze beter niet geboren kan worden in een land als Algerije, waar het leven voor meisjes en vrouwen erg onvriendelijk is en veel wegheeft van een lijdensweg.
Kamel Daoud geeft in deze bijzondere roman een huiveringwekkend beeld van de vijf vergeten oorlogsjaren. Tot woede van de Algerijnse regering en met voor de schrijver tot gevolg dat hij nu verbannen is uit Algerije en permanent in Frankrijk woont. Daar won hij vorig jaar met dit boek de Prix Goncourt.
Aan het einde van het boek is er een sprankje hoop.